Marshall McLuhan: Statistiek als medium

Marshall McLuhan: Statistiek als medium

De Canadese mediatheoreticus Marshall McLuhan (1911-1980) publiceerde in 1964 Understanding Media waarin hij media niet alleen als communicatiemiddelen (pers, radio en televisie) beschouwde, maar als extensies van de menselijke lichaam en geest: kleding als extensie van de huid, woningen als extensie van het warmteregulerende mechanisme van het lichaam etc. Maar ook de computer, als extensie van ons centrale zenuwstelsel. Iedere extensie van de mens is een medium. En wanneer we de statistiek als een medium willen zien, als een middel om tot een beeld van de werkelijkheid te komen, dan is statistiek een extensie van onze zintuigen. Zoals het licht in onze ogen in onze hersenen omgezet wordt in beelden, zo is de statistiek het middel om de werkelijkheid beeldend te maken, in cijfers, reeksen en grafieken.

 Het medium is de boodschap

Volgens McLuhan komen media in paren, waarbij het ene het andere ‘bevat’. De telegraaf bevat het gedrukte woord, dat het geschreven woord bevat, dat het gesproken woord bevat. Het ingesloten medium is de boodschap van het omvattende medium, maar de effecten van het laatste worden volgens McLuhan verduisterd voor de gebruiker die zich richt op het eerste. Omdat die effecten zo krachtig zijn, heeft iedere boodschap, in de gewone betekenis van ‘inhoud’ of ‘informatie’ veel minder impact dan het medium zelf. Vandaar: ‘het medium is de boodschap’.De Canadese theoreticus zegt hiermee dat de persoonlijke en sociale gevolgen van elk medium – dat wil zeggen, van elke extensie van onszelf – voortkomen uit de nieuwe schaal die iedere extensie van onszelf of iedere nieuwe technologie in ons bestaan brengt. In andere woorden, het medium verandert de beleving van de werkelijkheid.Elk medium heeft de macht zijn eigen vooronderstelling op te leggen en het hele complex van psychische en sociale factoren te beïnvloeden.

De vooronderstelling van het medium statistiek is dat de werkelijkheid in getallen, reeksen en hoeveelheden uit is te drukken. De manier waarin getallen construeren en entiteiten van diverse soorten visualiseren is kenmerkend voor het iconische effect van het getal en heeft gevolgen die verder dan hun capaciteit voor manipulatie gaan. Sterker dan andere vormen van beschrijving, verzekeren getallen de mobiliteit van dingen door hen te immobiliseren. Het gebruik van aantallen in de representering van de werkelijkheid wordt gedaan door middel van procedures van classificatie en de scheiding van gelijkenissen en verschillen die in de bouw van een rigide waarneming van werkelijkheid resulteren. Het kwantificeren van de werkelijkheid maakt het onderling vergelijken van gebeurtenissen en processen makkelijker; ze geven een concreet lichaam aan processen en ze maken concrete gebeurtenissen meer abstract. Statistiek is, in andere woorden, een medium dat de werkelijkheid zichtbaar maakt waarbij het nieuwe werkelijkheden creëert.

Zoals elk nieuw medium de realiteit, of de manier waarop we naar de realiteit kijken, verandert, is met de ontwikkeling van de moderne twintigste eeuwse toezichtstechnieken onze realiteit ook veranderd. Het doel van toezicht is de zichtbaarheid van object te vergroten, maar dit brengt ook onbedoelde gevolgen met zich mee. Zo veranderen (gestandardiseerde) testen in het onderwijs, ook vormen van toezicht, de manier waarop leerlingen en studenten studeren en docenten les geven. De leerlingen en studenten leren voor de test en docent doceert voor de test, terwijl het onderwijs breder bedoeld zou moeten zijn dan een test duidelijk kan maken.

Een heel ander voorbeeld is de echoscopie bij zwangerschappen. Het beeld van de echoscopie veranderd het idee van de foetus. Voordat het zichtbaar gemaakt werd was de foetus in zekere zin één met de moeder. Op de echoscopie verschijnt de foetus voor het eerst als een losstaand (levend) wezen, verbonden, maar tegelijkertijd gescheiden van de moeder. Het zichtbare beeld geeft een andere werkelijkheid weer en in die werkelijkheid wordt een abortus een ethische overweging. Waarbij de noodzaak tot overwegen ontstaat door de controle; er moet iets gedaan worden met de resultaten van de controle.

 Media als versnellers

Een voortdurend thema bij McLuhan is dat alle technologieën extensies zijn van onze ledematen en zenuwstelsels om uiteindelijk in kracht en snelheid toe te nemen. Zo gebruikte de Neanderthaler een steen als extensie van zijn lichaam om met toegenomen kracht de wereld om hem te veranderen. En zo brengt het vliegtuig als ultieme extensie van onze benen ons binnen een paar uur duizenden kilometers verder weg. Snelheid en (of) kracht zijn de bestaansredenen van elke extensie, als er niet dergelijke toegenomen krachten en snelheden waren, zouden er geen nieuwe extensies vanzelf ontstaan, of zouden ze worden afgedankt. Een extensie dat ons niet sneller of krachtiger maakt is nutteloos. In dat opzicht verleend de technologie van het quantificeren (de statistiek) kracht en snelheid aan toezicht. Het maakt de werkelijkheid makelijker en sneller zichtbaar en het verleent die zichtbaarheid kracht door het uit te drukken in hanteerbare getallen die het verzamelen, bewerken, interpreteren en presenteren van statistische gegevens mogelijk maakt.

De overgang van een mechanische naar elektronische technologie gaat gepaard met een enorme versnelling van de menselijke activiteit. Het bracht het aan de oude orde (van de mechanische technologie) verbonden expansionistische patroon in conflict met de samentrekkende krachten van de nieuwe orde (de elektrische technologie). De opvoering van het tempo vanuit de mechanische tot de instant elektrische vorm brengt een omkering met zich mee van explosie tot implosie. In ons huidige elektrische tijdperk botst de imploderende of verdichtende energie met de tot expansie geneigde en traditionele organisatievormen.

Eerder hadden onze sociale, politieke en economische instellingen en afspraken een eenrichtingspatroon met elkaar gemeen, namelijk van centrum naar periferie. Maar naarmate de informatiesnelheid toeneemt, bijvoorbeeld door statistische gegevens, wordt de vertegenwoordiging en delegatie van afgevaardigden geleidelijk vervangen door de onmiddelijke betrokkenheid van de hele gemeenschap bij de centrale besluitvorming. Een lage informatiesnelheid maakt delegatie en vertegenwoordiging noodzakelijk. De soevereiniteit van centra is onder de omstandigheden die de elektrische snelheid heeft gecreëerd al even snel geslonken als die van landen. Elektriciteit centraliseert niet, maar decentraliseert.

Elektriciteit maakt het verzamelen van statistische gegevens ook aanzienlijk makkelijker en sneller. Dit verandert het resultaat van gegevens verzamelen, het verschuift van betekenis naar effect. Dit is volgens McLuhan een essentiële verandering van het elektronische tijdperk, omdat het effect de situatie in haar geheel erbij betrekt en niet alleen het aspect van overdracht van informatie.Tegelijk verandert het ook de intensiteit van van het verzamelen van gegevens:

‘Eenzelfde intensiteit van gegevens verzamelen hebben wij bereikt als elk stukje kauwgum dat wij pakken onmiddelijk geregistreerd wordt met een computer die ons kleinste gebaar vertaalt in een nieuwe waarschijnlijkheidscurve of een of ander sociaal-wetenschappelijke parameter. Onze innerlijke en sociale levens zijn informatieprocessen geworden omdat wij ons centrale zenuwstelsel buiten onzelf hebben geplaatst in de electrische technologie.’

Media als narcose

In zijn bespreking van de mythe van Narcissus, wijst McLuhan op de gangbare, foutieve interpretatie dat Narcissus verliefd zou zijn geworden op zichzelf. In feite bleek juist zijn falen om zijn spiegelbeeld te herkennen, zijn narcotische gemedieerdheid, zijn ondergang te worden. Hij was slachtoffer van het typische afstompende effect van alle media. Media creëeren nieuwe omgevingen, de nieuwe omgevingen veroorzaken pijn door de versnelling van de oorspronkelijke lichaamsfunctie die het medium ten doel heeft en het zenuwstelsel in het lichaam stelt zich buiten werking om de pijn te blokkeren. De naam Narcissus is afgeleid van het Griekse woord narcosis, dat verdoving betekent.

Aanschouwen, gebruiken, of waarnemen van een extensie van ons zelf betekent noodzakelijkerwijs deze te incorporeren. Wanneer wij naar de radio luisteren of statistiek lezen, nemen wij deze extensies van onszelf op in het geheel van onze persoon en ondergaan wij de ‘afsluiting’ of vervanging van de waarneming die er het automatische gevolg van is. Deze voortdurende omarming van eigen media in het dagelijks gebruik plaatst ons in de rol van Narcissus van subliminale (verborgen) gewaarwording en gevoelloosheid ten aanzien van deze indrukken van onszelf. Door voortdurend media te omarmen, verhouden we ons tot hen als servomechanismen: het middel verleent kracht, maar inactiveert en verdooft tegelijkertijd wat het uitbreidt en maakt de gebruiker dus afhankelijk van het middel.

Het verhaal van Narcissus bespreekt niet alleen de obsessieve fascinatie van de mens met nieuwe extensies van zijn lichaam, maar laat ook zien dat deze extensies niet los te zien zijn van wat McLuhan ‘amputaties’ noemt. Het wiel, bijvoorbeeld, geeft een extensie aan de menselijke voet en verloste deze van het dragen van zware lasten. Tegelijkertijd creëerde het nieuwe druk door de geëxtendeerde voet te scheiden of te isoleren van de rest van het lichaam. Wanneer je fietst of in een auto op het gaspedaal drukt, betrek je de voet in zulke gespecialiseerde taken dat je hem het vermogen ontneemt om diens basistaak, lopen, uit te oefenen. Het medium verleent kracht door extensie, maar inactiveert en verlamt wat het uitbreidt. In deze zin extenderen media én amputeren ze. Verruiming verandert in amputatie. Het centrale zenuwstelsel reageert op de druk en de desoriëntatie ten gevolge van de amputatie door de gewaarwording te inactiveren of te verdoven.

Het principe van gevoelloosheid speelt een rol bij elektrische technologie. Daarom is het tijdperk van de elektrische media óók het tijdperk van het onbewuste en van apathie, aldus McLuhan. Maar het is daarbij onontkoombaar ook het tijdperk van het bewustzijn van het onbewuste. Nu ons centrale zenuwstelsel om strategische redenen gevoelloos is gemaakt, heeft het fysieke leven van de mens de taak van bewuste gewaarwording en ordening overgenomen. Daaraan is het te danken dat de mens zich voor de eerste maal heeft gerealiseerd dat technologie een extensie van zijn fysieke lichaam is. Dit kon alleen in het elektrische tijdperk gebeuren, dat ons de middelen gaf om ons in een oogwenk bewust te zijn van het totale veld. Door dit bewustzijn is ons subliminaal leven, individueel en sociaal, aan de oppervlakte gekomen. In het elektrische tijdperk dragen wij de gehele mensheid als onze huid.