Pristina

Pristina‘Anton, spreekt voor zich. Kan ik op je vertrouwen? G.’

Naam: C. Dosta (Cira). Aanvraag AC 26.03.1999. AZC 12.05.1999. Beschikking afwijzend 16.06.2009. Beschikking in beroep afwijzend 23.08.2010. Oproep voorgeleiding consulaat 08.03.2012 (geen LP). MOB 17.06.2012.

Anton/Albert Drilling, speciaal bevoegd opsporingsambtenaar van de Taskforce Repatriëring, krijgt de opdracht asielzoekster Cira Dosta op te sporen en terug te sturen naar haar land van herkomst. Haar dossier is onvolledig en zou waarschijnlijk in het archief verdwenen zijn als een journalist er niet naar gevraagd had bij het ministerie. Het is zijn honderdvijfendertigste zaak. Honderdvierendertig vreemdelingen heeft hij al terug naar huis gebracht. Een score van honderd procent. En alles volgens het HIERZO-systeem: Humaan, Integer, Efficiënt, Respectvol, Zakelijk, Onderbouwd.

Cira Dosta blijkt op Vlieland te wonen. Ze is daar achtergebleven nadat het asielzoekerscentrum op het eiland opgeheven werd. Anton/Albert Drilling weet haar snel te traceren: het is de charmante receptioniste van zijn hotel. Op haar naambordje staat Manja, ze noemt zichzelf Irin Past. De burgemeester en zijn vrienden hebben haar de afgelopen jaren verborgen gehouden op het eiland. Cira/Manja/Irin kan uitstekend Nederlands, ze heeft zelfs een eilandse tongval.

Anton/Albert weet wat hem te doen staat. In het terugkeergesprek zal hij Cira/Manja/Irin overtuigen terug te keren naar haar land van herkomst: Egypte/Kosovo. Maar iets aan Cira/Manja/Irin brengt hem uit evenwicht. De altijd zo zorgvuldige Anton/Albert – alles zit in de voorbereiding – besluit af te wijken van zijn normale routine en houdt het terugkeergesprek al wandelend op het eiland. Ze verdwalen en ergens onderweg raakt Anton/Albert verstrikt in het gesprek met Cira/Manja/Irin. Anton/Albert weet dan al eigenlijk niet meer wie nou wie overtuigd heeft.

Cira/Manja/Irin houdt hem voor dat haar geboorteplaats niets zegt over haar identiteit. Hoe kan ze Kosovaarse zijn als het land nog niet eens bestond toen ze naar Nederland vluchtte? Waarom moet ze ‘terugkeren’ naar Pristina? De stad die zo veranderd is sinds ze vertrok. Op het eiland is ze thuis, hier kent ze de mensen, hier is ze gedeelte van de samenleving. Haar geboorteplaats is niets meer dan een betekenisloze ambtelijke notitie. En wie is Anton/Albert? De opsporingsambtenaar die voortdurend identiteiten wisselt, wie kent hem echt? Wat maakt hem meer Nederlander dan Cira/Manja/Irin behalve zijn geboorteplaats? (Den Haag/Woerden?). Wie is hier de vreemdeling?

Na Op Zee heeft Toine Heijmans wederom een sterke roman afgeleverd. Literatuur zoals literatuur moet zijn; Pristina roept vragen op, meer dan het antwoorden geeft. Wat is identiteit en hoe bepalen we dat eigenlijk? De ambtelijke identiteitsbepaling gaat niet verder dan de geboorteplaats, maar wordt je identiteit niet bepaald door de plek waar je thuis bent, waar je deel uit maakt van een samenleving? En welke rechtvaardigheid zit er dan nog in het terugsturen van vluchtelingen? Heijmans baant zich een weg door deze vragen zonder een moreel oordeel te vellen. En daarvoor verdient hij alle lof.

Toine Heijmans, Pristina (Atlas Contact). Verschijnt 16 januari 2014.