Scherven

Scherven, Ismet PrcicIsmet Prcic, Scherven (2013)

Ik kan me herinneren dat ik als kind – 10 of 11 jaar oud – een potje voetbal speelde op een pleintje in de buurt. We speelden samen met twee broertjes, uit Joegoslavië wist mijn buurjongen. We verstonden elkaar niet, maar dat was ook niet nodig. Voor voetbal hoef je tenslotte niet elkaars taal te spreken, aan wijzen, schreeuwen en voetballen heb je meer dan genoeg.

Kaboem!

Een luide knal klonk en wij dachten er verder niet over na. Waarschijnlijk een ontplofte uitlaat van een auto, of iemand met vuurwerk. Maar de broertjes uit Joegoslavië doken angstig weg achter een muurtje. Bang voor de knal en wat daar verder op zou volgen. Ze wilden ook niet meer verder spelen, ze wilden naar huis. Ze waren bang en daar konden wij zelfs in ons beste Engels niets aan veranderen.

Ik moest aan dit voorval denken tijdens het lezen van Ismet Prcic’ Scherven. De roman is opgebouwd uit fragmenten – scherven – geschreven door de hoofdpersoon, Ismet Prcic. Ismet groeit op in Tuzla en slaagt erin om te vluchten voordat hij opgeroepen wordt voor het Bosnische leger. Hij bereikt uiteindelijk Amerika, maar de dreiging, het ontheemd zijn, het wantrouwen, de schuldgevoelens, ze zijn allemaal meegereisd via Schotland en Kroatië naar Amerika.

Zijn therapeut adviseert hem alles op te schrijven. Het resultaat is een wirwar van herinneringen, bekentenissen en ficties. Warme herinneringen aan zijn jeugd in Tuzla, naast gekwelde brieven aan zijn moeder over de uitdagingen van het leven in deze nieuwe wereld.

Als het leven dat Ismet in Amerika opbouwde langzaam begint af te brokkelen beginnen ‘herinneringen’ vanuit het oogpunt van een andere jonge Bosniër, genaamd Mustafa, de overhand te nemen. Mustafa bleef wel.

Scherven is een indrukwekkende roman over de lotgevallen van een vluchteling. Over opgroeien terwijl de wereld om je heen in brand staat, over de voortdurende dreiging van geweld en nergens meer thuis zijn.