Puer*

‘… Puers hoeven niet in analyse te gaan, als ze dit maar goed onthouden – dat voortdurend je plannen wijzigen gevaarlijk is, en niet wát je kiest - dan komen ze er misschien ooit achter dat ze het hebben gehaald. Het probleem is dat de puer altijd vooruitloopt op elk mogelijk verlies, op alle mogelijke teleurstellingen en pijn – dat type verwacht dat de uitkomst van al zijn ervaringen zal zijn, dus sluit hij zich er al van bij het begin van af en trekt hij zich haast onmiddelijk terug om zich te beschermen. Op die manier geeft de puer zich nooit helemaal aan het leven over – hij leeft in voortdurende doodsangst voor het einde. In zijn geval heeft de rede een te zware tol geëist. [...] Ze moeten zich volledig aan die ervaring overgeven. Soms denk je wel eens hoeveel meer zulke mensen zouden leven als ze bereid zouden zijn inspanningen te leveren! Als ze niet gelukkig kunnen zijn, laat ze dan op zijn minst ongelukkig zijn – voor een keertje diep-, diepongelukkig. Dan worden ze misschien echt menselijk.’

Sheila Heti, Hoe moet je zijn? (2013), p. 82

* Puer verwijst naar het Jungiaanse archetype Puer aeternus; de persoon die weigert op te groeien en de uitdagingen van het leven aan te gaan, maar (tevergeefs) wacht tot de oplossingen zich vanzelf aandienen.